Waar ga ik voor?

Ik vind het betekenisvol en veel voldoening gevend om mensen die handelingsverlegen zijn (problemen zoals structureel slecht functionerend, met ontslag bedreigd, een burnout nabij of achter de rug, klacht aan de broek, na langdurige ziekte, conflict met leidinggevende, collega of ouder, sructureel tijd tekort ed.) te begeleiden (een eindje met hen op te lopen op hun levenspad) om hen weer de regie over hun eigen leren en leven op te leren pakken, zodat ze nieuwe energie krijgen om zichzelf bij de kladden te pakken en weer plezier in hun werk en hun leven te krijgen. En ik weet uit ervaring dat ik dat kan, dat ik daar goed in ben. Een van de zaken die bij zo’n coachingstraject standaard is, is het betrekken van de leidinggevende(n) bij dit proces en zo mogelijk (soms op termijn) van een/de collega(‘s), zodat de individuele begeleiding ingebed wordt in het systeem en er naast mijn begeleiding ook een intern hulpsysteem wordt opgebouwd rondom de betrokkene.

Uitspraken van een paar mensen die ik gecoacht heb: 

“Ik heb weer plezier in mijn werk en kom graag naar school en geloof weer in onderwijs. Dat was twee jaar terug wel anders.” (Leerkracht basisschool na periode van gedwongen afwezigheid) 

“Ik ben me bewust geworden van mijn eigen verantwoordelijkheid voor mijn gedrag en leg die niet meer bij anderen. Wanneer ik andere effecten van mijn gedrag verwacht, moet ik daar zelf voor zorgen.” ( Interne begeleider basisschool) 

“Ik heb bereikt wat ik zo graag wilde bereiken. Gewoon door keuzes te maken en nu ook eens voor mezelf te kiezen.” (Adjunct-directeurbasisschool die directeur is geworden)

Ik ben er goed in om individuele leerprocessen en gezamenlijke veranderingstrajecten op te delen in “hapklare brokken”, in overzienbare en daardoor haalbare en realistische stappen, zodat er succeservaringen opgedaan kunnen worden en men de moed erin houdt. Onder het motto “KISS” (Keep It Simple Stupid) en “LAKS” (Langzaam Aan in Kleine Stappen).

Ik weet in één op één situaties en wat kleinere groepen (directie of managementteams, intervisiegroepen, bouwteams ed.) een intieme sfeer te scheppen, die het zich kwetsbaar en daardoor leerbaar opstellen vergemakkelijkt, doordat er voldoende veiligheid gecreëerd en daardoor ervaren wordt om de relatieve onveiligheid die leren nu eenmaal met zich meebrengt (je wordt geconfronteerd met iets dat je nog niet kent en/of kunt) te verduren.

Je kunt tijd op een heleboel manieren gebruiken en doorbrengen (zie tijdstructurering: TA). Ik streef er zoveel mogelijk naar om gedoseerd en getimed intimiteit te creëren, omdat intimiteit KWALITIJD is.

Uitspraak van een directeur van een basisschool die ik samen met de adjunct-directeur en drie bouwcoördinatoren heb begeleid bij de ontwikkeling van een professionele cultuur: 

“De begeleider weet zo’n sfeer te scheppen waarbinnen iedereen zich veilig voelt”. “We zijn zeer tevreden over de deskundige en gedreven uitvoerder Fred de Baas”.

Ik werk vanuit en op basis van concepten (o.a. uit de theorie van de lerende organisatie, wetenschappelijk onderzoek van gedrag, NLP, TA, RET en Systemisch Werken). Theoretische concepten die praktisch toepasbaar zijn en effectief zijn gebleken; praktische theorie. Deze concepten verwerk en bewerk ik vaak weer tot eigen constructen op basis van ervaring (constructivistische kijk op leren).

De belangrijkste eigen concepten waarvan ik gebruik maak zijn:

Het gedragsmodel en de soorten gedrag; de ijsberg van gedrag; de lagen van leren; de leercurve en de leercyclus; schema van vertellen tot samen creëren (Hoe dingen tot stand kunnen komen of worden gebracht).

Uitspraak van de directeur van een SOVSO school die ik samen met de adjunct-directeur en de vijf afdelingscoördinatoren begeleid heb bij de ontwikkeling van hun managementteam:

“De bevorderende factoren waren de deskundigheid, kennis en expertise van de begeleider. Hij kon putten uit een rijke ervaring en was in staat om ter zake kundige adviezen te geven”.

Ik ben een meester in balanceren, in balans leren. Ik werk daarbij steeds met polariteiten, schijnbare tegenstellingen die elkaar nodig hebben. De belangrijkste daarvan voor mezelf zijn: Gevoelig verstandig en (Liefdevolle) afstandelijke (en warme) betrokkenheid.

De koorddanser is daarbij voor mij een metafoor voor de manier waarop ik dat doe. Een koorddanser focust zich op zijn doel. Hij wil zonder te vallen van de ene zijde van het koord naar de andere zijde komen. Daarbij is het onverstandig om naar beneden te kijken of zich af te laten leiden. Enerzijds weet hij waar hij naar toe wil (doelgerichtheid), anderzijds voelt hij of hij nog op de goede weg is. Zien (mentale bezigheid; verstand) en voelen (emotionele bezigheid; gevoel) in combinatie zorgen ervoor dat hij op de goede weg blijft en het doel bereikt. Dat gaat voetje voor voetje, met kleine stapjes, net zoals leren. Ook is het verstandig om daarbij hulpmiddelen te gebruiken, zoals een parapluutje of lange lat om het evenwicht te bewaren. En tenslotte is het ook verstandig om een vangnet te spannen, zodat als het misgaat dat geen fatale gevolgen heeft en je het nog eens kunt proberen. Fouten maken mag!

Een prachtig instrument dat ik hierbij gebruik is het kernkwadrant. Ook de ontwikkelings fasen van Milton Erikson hanteer ik daarbij op de achtergrond.

Uitspraak van een collega, nadat ik aangekondigd had te zullen vertrekken bij Consent: 

“Je hebt me geleerd om zowel verstand als gevoel mee te laten wegen bij mijn keuzes en beslissingen en daar ben ook ik voortdurend mee aan de slag. Voor mij ben je iemand die rust kan brengen en iemand die kan zorgen voor balans, naast een kundig professional”.

Ik ben er in elke ontmoeting op uit om op basis van zo optimaal contact tot een contract te komen (Contact gaat voor Contract). Met andere woorden er achter te komen waar die ander(en) nu werkelijk op uit zijn, wat ze willen bereiken en wat ik daarbij voor hen kan betekenen.

In zijn algemeenheid is dat voor mij het volgende: Ik ben uit op de ontwikkeling (wikkels eraf halen of laten vallen, waardoor je kwetsbaar wordt en door de pijn heen nieuw perspectief kunt zien en ervaart) en groei (uitbreiding van handelingsrepertoire; rugzakje vullen om zoveel mogelijk handelingsalternatieven te hebben in zoveel mogelijk verschillende situaties) van individuen en organisaties (groepen van mensen met een gezamenlijk doel en een differentiatie tussen leider en leden), die blijvend is (omdat het raakt op een diepere laag, zodat het echt beklijft en onbewust bekwaam is geworden, geïncorporeerd) en die leidt tot een steeds grotere autonomie met behulp van zoveel mogelijk competentie ervaringen (successen en mislukkingen; fouten maken mag en moet) op basis van een professionele relatie. Daarbij ben ik met name gericht op de leiding van een organisatie, omdat zij uiteindelijk degenen zijn die de gewenste verandering dienen aan te sturen, te stimuleren, ondersteunen, faciliteren, monitoren en bewaken. Ik blijf daarbij op mijn plek als begeleider en eer hen als degenen die de leiding hebben en dienen te houden.

MOTTO: ” Ik leer het je zelf te doen en er alles uit te halen wat er in zit”.