Weblog artikelen

zondag, 15 december 2013

Vakbond Leraren in actie (LIA) heeft met het burgerinitiatief “Stop de overvolle klassen” binnen zes weken 47.000 handtekeningen verzameld en er daarmee voor gezorgd dat dit onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer is komen te staan. Het is te hopen dat de discussie daar wat veelzijdiger van karaker wordt. Nu ging het vooral over het aantal leerlingen in een klas en de bovengrens die daaraan gesteld dient te worden. De staatssecretaris weigerde dit vooraleerst. Volgens hem kunnen scholen dat prima zelf bepalen. Anderen reageerden door aan te geven dat een verband tussen klassengrootte en leerprestaties nooit sluitend is aangetoond en dat de kwaliteit van de leraar van veel groter belang is.

Wat ik mis in deze discussie is aandacht voor de samenstelling van een groep leerlingen. Naar mijn mening zegt dat veel meer over de “zwaarte”van een groep dan het aantal. In het kader van de invoering van Passend onderwijs lijkt mij een discussie over de grenzen die er zijn aan het aantal leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in een klas veel belangrijker. Als onderwijsadviseur kom ik op veel scholen en in veel groepen waar kinderen met bijzondere kenmerken zitten, of ze nu thuis een andere taal spreken, te maken hebben met een instabiele thuissituatie (werkeloosheid van een ouder, financiële problemen in het gezin, relationele problemen tussen ouders, gescheiden ouders, ernstige ziekte in het gezin, ouder die langdurig afwezig is door werk, mishandeling (geestelijk en/of lichamelijk), misbruik, ouders die niet in staat zijn of bereid zijn hen te ondersteunen bij hun schoolwerk enz. enz.), weinig gemotiveerd zijn om te leren, een gebrek aan zelfvertrouwen hebben, onvoldoende zelfstandig zijn, moeilijk contact maken, concentratieproblemen hebben, gehoor- of gezichtsproblemen hebben, gezondheidsproblemen hebben, spraak- en/of taalproblemen hebben, ernstige lees- of rekenproblemen hebben, gedragsproblemen hebben, hechtingsproblemen hebben, meer- of hoogbegaafd zijn. In feite is er al lang sprake van Passend onderwijs en doen scholen er verstandig aan om te bepalen binnen welke condities ze nog de ondersteuning (zorg en onderwijs) kunnen bieden aan al die verschillende leerlingen in een groep waar die kinderen behoefte aan hebben en recht op hebben. Voor alle duidelijkheid, ik pleit er niet voor dat de politiek en de overheid dit gaan voorschrijven. Wel zou de discussie in de Kamer moeten gaan over de condities waaronder het gerechtvaardigd en verantwoord is passend onderwijs in te voeren. Ook dat lijkt me teveel in gegeven door kwantitatieve c.q. financiële motieven. De zorgen over de invoering van Passend onderwijs zijn terecht en zoals dat ook in de grondwet staat dienen de overheid een voortdurende zorg te zijn.

Ik mis nog een ander aspect in deze discussie en dat is het welzijn van de leerkrachten en docenten die dit allemaal dag in dag uit waar mogen (of is het moeten; ik hoop het niet, maar heb wel mijn twijfels) maken. Na een aantal jaren waarin het ziekteverzuim in het onderwijs langzaam maar zeker daalde is er de laatste tijd weer sprake  van een stijging. Ook dat vind ik een zorgelijke ontwikkeling. Niemand, in het minst de betrokkenen zelf en hun leerlingen, is er bij gebaat dat zij uitvallen. En de werkdruk is, mede door de toenemende administratieve last, alleen maar toegenomen. Ook dat mag de werkgevers in het onderwijs, de politiek en de overheid een zorg zijn. Ik hoop dan ook dat de discussie in de Tweede Kamer zich niet alleen op het kwantitatieve aspect van de groepsgrootte richt, maar dat er ook allerlei kwalitatieve aspecten in mee genomen gaan worden, zodat dit leidt tot weloverwogen en beargumenteerde uitspraken en acties die eraan zullen bijdragen dat zoveel mogelijk kinderen in hun eigen sociale omgeving onderwijs kunnen genieten en de mensen die dit verzorgen dat met heel veel plezier en voldoening op een gezonde manier kunnen blijven doen.

Fred de Baas