Weblog artikelen

Internationaal onderzoek naar rekenen en lezen

woensdag, 19 december 2012

Vorige week zijn de resultaten van een internationaal onderzoek gepubliceerd naar het lees- en rekenniveau van leerlingen uit groep 6 van de basisschool. Daaruit bleek dat Nederland niet in de top 5 voorkomt en dat het percentage hoog scorende leerlingen achterblijft bij het percentage in heel veel andere vergelijkbare landen (zie onder Nieuws “Weinig uitblinkers op Nederlandse scholen”). Tevens bleek dat Nederlandse basisscholen er als enige in slagen alle leerlingen, ook de zwakkere, naar een basisniveau voor lezen (100%) en rekenen (99%) toe te leiden. Uit de reacties van een aantal directeuren van Nederlandse basisscholen bleek dat ze dit beeld herkennen (zie onder Nieuws “Voor goochemerds is er niet genoeg”). In de afgelopen tientallen jaren is heel veel aandacht besteed aan het erbij houden van de leerlingen die moeite hebben met bepaalde leerstof. En de aandacht voor leerlingen die meer aankunnen is pas de laatste jaren actueel geworden. Daar ligt volgens hen nog een opdracht op heel veel scholen om ook deze leerlingen aan hun trekken te laten komen.

De koppen (“Geen 10 voor rekenen” zie onder Nieuws) en artikelen in de kranten over dit nieuws laten zien dat er, zoals vaak, wel aandacht is voor het feit dat we als Nederland niet bij de top 5 op genoemde vakgebieden behoren, terwijl dat wel de ambitie is van onze regering, maar dat er aan het feit dat Nederland de absolute top vertegenwoordigt als het gaat om het streven alle leerlingen op een bepaald basisniveau te brengen, minder of geen aandacht wordt gegeven en dat men dat minder belangrijk vindt. Zelf vind ik dit wel degelijk het vermelden waard en ook de moeite waard om dat zo te houden. Zeker als dit samengaat met aandacht voor het welbevinden van alle leerlingen en aandacht voor leerlingen die meer aankunnen dan de basis en extra stof. Dat vind ik zelf belangrijker dan alles op alles te zetten om in de top 5 te belanden. Het is niet voor niets dat landen als Singapore, Zuid-Korea, Hongkong, Chinees Tapei en Japan in beide lijstjes ergens bovenin prijken. De prestatiedruk en stress die daarmee voor kinderen in die landen gepaard gaat, wens ik onze Nederlandse leerlingen niet toe. Er is meer dan alleen hoge cognitieve opbrengsten. En de terechte aandacht voor hoge opbrengsten in ons eigen land dreigt naar mijn mening toch al wat door te schieten ten koste van andere wezenlijke aspecten van de vorming van onze leerlingen.

Het juiste midden tussen cognitieve en sociale ontwikkeling is mij veel meer waard dan een eenzijdig accent op één van beiden. Dan is het wat mij betreft uit balans. Geef mij dan maar de absolute toppositie op de manier waarop we die nu innemen.

Fred de Baas